Onsterfelijk sterrenstof

Sinds mijn ‘sterrenmoment’ op Cyprus, een paar jaar geleden, wil ik meer weten over het heelal. Onlangs kwam ik er eindelijk toe om de sterrenwacht in Leiden te bezoeken. Het was een regenachtige avond. Daarom was het enige ‘beeld’ dat we  door zo’n historische telescoop te zien kregen was de klok van een toren in de buurt die de lokale tijd aangaf: 21:25 uur. Een sterrenkundige vertelde over de levensloop van sterren. Hij legde een voorzichtige basis van wat astronomische

kennis. Sterren worden geboren in uitgestrekte gas- en stofwolken en beginnen dan te stralen. Ze bestaan grotendeels uit waterstof, helium en nog een klein percentage andere elementen. Afhankelijk van hun type, leven ze lang en rustig of leiden een kort en heftig leven. Ze doven langzaam uit of komen aan hun einde met een spectaculaire knal.

In de Bijbel wordt heel vaak aan sterren gerefereerd. Aartsvader Abraham zag, als nomade, tijdens zijn leven voornamelijk zand en sterren. Zijn Godsopenbaringen zijn gekleurd door die beelden. Mijn moment op Cyprus was tamelijk uniek omdat het zo donker was in het kleine dorpje waar ik verbleef. Hier in de randstad had ik zoiets adembenemends nooit gezien. Het maakte diepe indruk op mij en gaf mijn geestelijk leven nieuw perspectief.

Kennis vermenigvuldigt zich

Tijdens de lezing op de sterrenwacht leerde ik dat de kennis over het heelal vooral de laatste eeuw enorm is toegenomen. Een paar honderd jaar geleden dacht men dat er zes planeten waren en één sterrenstelsel: ons eigen melkwegstelsel. Eise Eisinga, een hoogbegaafde autodidact uit de 18e eeuw knutselde in zijn eigen huis op basis van de meest actuele kennis, z’n eigen planetarium: de zon (ster) en de planeten van destijds (1781). Nu weet men er 100 miljard sterrenstelsels zijn. Elk sterrenstelsel heeft zo’n 100 miljard sterren. Het duizelde mij. Een 1 met 22 nullen…

Robbert Dijkgraaf vertelde onlangs in een WDDD college ‘dat ergens in het universum een intelligentie is die zijn kennis welwillend prijsgeeft’. Onwillekeurig moet ik denken aan een profetie uit het boek Daniel (12:4) waarin staat dat in het laatst der tijden de ‘kennis (wetenschap) zal toenemen’. De Statenvertaling gebruikt hier het woord vermenigvuldigen.

Onvoorstelbare afstanden

De aarde doet ongeveer 365 dagen over een rondje zon. Hoewel wij soms denken dat alles om ons draait ligt dat toch wat anders: ik leerde van de sterrenkundige dat hoewel wij mensen van sterrenstof gemaakt zijn, wij niet het centrum van het heelal zijn. Om zijn woorden kracht bij te zetten toonde hij een filmpje met de grootte van bekende planeten en sterren in relatie tot elkaar.

Om een beetje begrip van afstanden te krijgen: onze zon heeft er 200 miljoen jaren voor nodig om ons eigen melkwegstelsel rond te gaan. Wanneer kilometers niet meer toereikend zijn om de grootte te beschrijven, wordt in een ander filmpje het lichtjaar geïntroduceerd. Eén lichtjaar is 9,47 biljoen kilometers. De afstand tot het volgende sterrenstelsel, Andromeda, de grote broer van de Melkweg, is 2,2 miljoen lichtjaar.

Vanuit de ruimtetelescoop Hubble komen beelden van 100 miljard sterrenstelsels. Alles beweegt, het komt en het gaat. De grote Schepper houdt het in zijn hand: onderhoudt het, draagt het, geeft kennis prijs.

Relatieve tijd

Wij stervelingen leven gemiddeld maar 81,5 keer ‘een rondje aarde om de zon’. Onze is tijd zonnetijd, of aarde tijd, ’t is maar net hoe je kijkt. Relatieve tijd dus. Door de vluchtigheid voelt het als heel kwetsbaar en nietig. Het troostrijk om als gelovige te weten dat de Eeuwige in onze tijd treedt: Incarnatie. God, wordt sterveling, verbindt zich aan zijn mensen, reikt hen de reddende hand. Dit mysterie heet Immanuel: God met ons.

Het maakt ons tot onsterfelijk sterrenstof. De profetie uit het boek Daniel’s over de tijdtijd schetst een wonderlijk vergezicht: ‘De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd’ (Dan 4:3 ).

In dit prachtige lied  “God, Beyond All Names.”  van Bernadette Farrell wordt dat mysterie bezongen.

“God, Beyond All Names.”  (Bernadette Farrell)

 

God, beyond all names,

you have stirred in us a memory,

you have placed your powerful spirit

in the hearts of humankind.

 

All around us, we have known you;

all creation lives to hold you,

In our living and our dying

we are bringing you to birth.

 

God, beyond all names,

you have made us in your image,

we are like you, we reflect you,

we are woman, we are man.

 

All around us, we have known you;

all creation lives to hold you,

In our living and our dying

we are bringing you to birth

 

God, beyond all words,

all creation tells your story,

you have shaken with our laughter,

you have trembled with our tears.

 

All around us, we have known you;

all creation lives to hold you,

In our living and our dying

we are bringing you to birth

 

God, beyond all time,

you are laboring within us;

we are moving, we are changing,

in your spirit ever new.

 

All around us, we have known you;

all creation lives to hold you,

In our living and our dying

we are bringing you to birth

 

God of tender care,

you have cradled us in goodness,

you have mothered us in wholeness,

you have loved us into birth.

 

All around us, we have known you;

all creation lives to hold you,

In our living and our dying

we are bringing you to birth