Diepe vreugde

Afgelopen zomer had ik een privilege om mijn retraite op Cyprus te beleven. Het is mijn favoriete plek maar ik was er al vier jaar niet meer geweest. Een ‘gift’ maakte het mogelijk om opnieuw het kleine dorpje in de heuvels ten zuiden van Nicosia te bezoeken. Nooit eerder was ik er in de zomer geweest. Sterker nog, het wordt afgeraden omdat het dan te heet is. En het was warm, bloedheet. Ik leerde van de dorpsbewoners wat het is om siësta te houden. En van de lokale huisdieren om voor zonsopgang op te staan en met de kippen weer op stok. Op een avond, toen ik op het punt stond de oude luiken van het prachtige Grieks-Cypriotische huis te sluiten, keek ik omhoog. En wat ik daar zag was adembenemend…. Ik ging zitten in de vensterbank en keek minutenlang gebiologeerd naar een immens schouwspel. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zo’n prachtige sterrenhemel heb ‘aanschouwd’, want dat deed ik. ‘Awe’, is het woord dat het meest dichtbij mijn ervaring kwam. Het betekent zoiets als ‘ontzag’ of ‘eerbied’. Mijn kleinheid ten opzichte van Gods grootheid. Want het eerste waaraan ik dacht toen ik dit zag was,…… aan God. Majestueus was het beeld. Ik bedacht dat astronomen deze pracht en praal altijd in beeld hebben. Er ging een wereld voor me open.

Tijdens Advent stonden we in De Spil stil bij het verhaal dat de evangelist Mattheus optekent, van de Wijzen die vanuit het Oosten naar Jeruzalem kwamen. Wie zij waren, weet men niet precies: astrologen, waarzeggers uit Mesopotamië of een hooggeplaatste delegatie uit Perzië, verantwoordelijk voor de initiatie van een koning. Misschien kwamen zij wel vanuit China. Niemand die weet hoever zij gereisd hadden. Maar zij kwamen, zij hadden een ster gezien. Die ster was zo bijzonder, zo buitengewoon. Het had hen in beweging gebracht. Zij hadden familie en vrienden verlaten en waren op weg gegaan. Het moet echt iets heel uitzonderlijks geweest zijn want zelfs in 2014 bracht deze ‘ster’ in Groningen wetenschappers (astronomen, historici en theologen) uit heel de wereld samen. Was het een zogenoemde ‘supernova’, de geboorte van een nieuwe ster, of stonden Venus, Saturnus, de maan en Jupiter op 1 lijn? Was het historisch verklaarbaar? Als leek blijf ik daarbuiten. Wat mij intrigeert is de tekst van Mattheus. Deze Wijzen komen van ver, met een verlangen: ze willen de nieuwgeboren koning aanbidden, dat zet hen in beweging. Soms moeten wij ook van heel ver komen. Wat maakt dat jij in beweging komt? Wat is voor jou van waarde?

Deze wijzen hebben al hun inzicht, hun ‘discernment’ nodig om te onderscheiden. De ster is verdwenen. Zij moeten het doen met de hulp van de hooggeplaatsten in Jeruzalem. Maar ze ontmoeten weinig bijval tot devotie onderweg. De kenners van de Schriften noemen alleen de vindplaats van de koning door de profetie van Micha aan te halen: Bethlehem. Als zij het advies van de panische Herodes volgen, zal hun verlangen een vroege dood sterven. Zij ‘horen Herodes aan’ en gaan op weg met het beperkte ‘licht’ dat zij hebben. Wat heb jij nodig om te kunnen onderscheiden op jouw levensweg?

Dan worden zij opnieuw verrast door de ster, Mattheus vertelt: ‘zij worden vervuld met diepe vreugde’. Zij ontvangen bevestiging, zij zijn op de goede weg, het licht gaat hun voor. Herken jij iets van die vreugde in jouw leven? Of verlang je naar ‘een teken’ zodat je die blijdschap opnieuw mag ervaren?  Soms moeten we ‘leren zien’. Onze ogen en oren gebruiken om de weg te vinden, om naar het ‘licht’ op onze weg te kijken. Zoals toen ik naar de lucht boven Kapedes keek en een verborgen wereld zag die mij tot ‘awe’ bracht.

En dan zijn de wijzen nog niet bij hun einddoel gekomen: de nieuwgeboren koning. Mattheus noemt Hem: Immanuel ‘God met ons’ terwijl  Johannes in deze boreling: ‘het Licht van de wereld’ ziet. Het brengt de wijzen tot aanbidding. Zie jij het ook? Mag het mysterie nieuwe betekenis krijgen als we de komst van ‘het Licht van de wereld’ gedenken.

God,

mystery

far and exalted

comes closer to us

in a defenceless child.

Utterly risky,

peerless love

trusting Himself

to a dark obscure world.

Can she handle it?

Will she receive it?

This gift:

tender, fragile

grandiose in its smallness,

dependent

on

you?